Gemeente opbouw

(Uit kerkklanken 16de Jaargang nr 5)

( Uit kerkklanken 16 jaargang nr.3)


( Uit kerkklanken 16 jaargang nr.3)

DIGITAAL GELOVEN
‘Beter een gram geloof dan een gigabyte geleerdheid’, zo schreef Dr. S.D. Post eind vorige eeuw al. Toen ging het nog met een kwinkslag maar al weer even geleden heeft Steef Post zich weer op een conferentie van reformatorische predikanten geuit over het ‘digitale gevaar’. Tijdens de conferentie –waarvan de lezingen overigens te downloaden zijn via internet- stelt hij dat de digitale revolutie belemmert dat het woord centraal staat, waar het in het evangelie juist om gaat. De beeldcultuur waarin wij leven die door de digitale revolutie (met steeds meer beeld-schermen en –schermpjes) steeds weer omvangrijker wordt, past niet bij het geloof. Bovendien wil God niet gevangen worden in een beeld. Hij is de verborgene, die niet zichtbaar is voor de mens. Ook betekent volgens hem de expansie van de beeldcultuur een enorme aanval op de voortgang van het koninkrijk van God. Door de digitale revolutie wordt een virtuele werkelijkheid mogelijk gemaakt, waar menigeen zich comfortabeler voelt dan in de reële wereld. Verder wijst Steef Post er ook nog op dat de digitale revolutie meer zondig gedrag in de hand werkt, omdat tijdens de kerkdienst onze gedachten zouden afdwalen naar zondige beelden van de film van zaterdagavond.

Een andere Steef, Steve Jobs, de overleden Apple baas en uitvinder van de IPAD, de zgn. tabletcomputer, is één van de verantwoordelijken voor de snelle groei van de beeldcultuur. Maar zoals altijd wordt de techniek eerst uitgevonden en komen ethische vragen of dit kan en mag pas daarna. Omdat we wellicht steeds meer beelden en filmpjes gaan gebruiken in en rond onze bijeenkomsten, is het zeker goed nu eens op vermeende gevaren van beelden bij het geloof in te gaan. Om te beginnen werden de evangeliewoorden die Jezus doorgaf door hem waar mogelijk verlevendigd met beelden en gelijkenissen. Als hij onze digitale techniek had, zou hij ze juist hebben laten zien! We kunnen het ons misschien niet voorstellen, maar het is juist heel aannemelijk dat Jezus dan ons met foto’s en filmpjes benaderde. Dan is er nog het beeldverbod voor God, wat we via de Joden kennen. Dat gaat juist om het afbeelden van Goden die je gaat aanbidden en dan moeten we eerder denken aan allerlei helden waar wij mee leven in onze tijd. Maar pas als daar een cultus van nota bene aanbidding en verheerlijking omheen ontstaat, pas dan ga je in tegen het beeldverbod. Een Marx en een Lenin en een Stalin en de leider van Noord-Korea zijn daar mee bezig. Daar hoeft een nieuwe vorm van afbeelden van Bijbelse personen niet voor verguisd te worden! Is de virtuele werkelijkheid -die door beelden zo levensecht mogelijk gemaakt wordt- dan zo gevaarlijk? Niet anders dan de sciencefiction en theater en film: ze zijn allemaal op hun beurt uitgemaakt voor bederver van zeden. En voor het krijgen van zondige beelden tijdens de dienst heeft niemand een film nodig. Ze kunnen al voortkomen uit onze eigen levendige fantasie. Een mens denkt omdat die kan zien nu eenmaal altijd al behalve in gedachten ook in beelden. De digitale revolutie doet niets meer dan in navolging van de boekdrukkunst die beelden altijd en overal beschikbaar te stellen. Daar is niets gevaarlijks en onethisch aan.

Ds. Janos Schellevis 
(Uit kerkklanken nr. 2 16de jaargang 2017

 EPIFANIE – ER GAAT ONS ALLEMAAL EEN LICHT OP! 

Epifanie is bij ons misschien wel het minst bekende christelijke feest en daarom is het wel eens goed om er wat meer over te schrijven. Velen zullen niet eens denken aan een feest, want als we er al wat van weten, denken we meer aan een korte periode die begint in het Nieuwe Jaar met Driekoningen en dan een aantal weken voortduurt. De oorsprong van Epifanie -wat verschijning betekent en duidt op God die als mens verscheen- ligt in Egypte waar in de 4e eeuw de christenen op 6 januari een feest vierden rond de geboorte én rond de doop van Jezus door Johannes. En dat terwijl de christenen in Rome de geboorte van Jezus ergens in het begin van de 4e eeuw waren gaan vieren op 25 januari. Zo laat is het Kersfeest dus pas ontstaan omdat alles in het begin van de christelijke beweging draaide om Pasen en de opstanding. Daarbij kwam dat de opstanding van Jezus werd gezien als een soort geboorte, zoals wij in navolging daarvan weten dat de sterfdag van martelaren ook gezien werd als hun geboorte, hun ‘dies natalis’ voor wie dat woord kent. Voor Jezus viel die op 25 maart, want men had uitgerekend dat Goede Vrijdag in het jaar 33 op die dag viel. In de 4e eeuw kwam er pas de behoefte om het (meer of minder) aardse levensbegin van Jezus te vieren wat bovengenoemde 2 verschillende tradities opleverde. Die tradities hebben elkaar over en weer beïnvloed en men heeft eigenlijk elkaars feestdag erbij genomen. Maar het blijft toch tot op de dag van vandaag zichtbaar in de wijze waarop de kerk in het Oosten en de kerk in het Westen Kerstfeest viert. Wat de kerk in het Westen met Epifanie deed, zien we het beste bij Augustinus. Deze bisschop uit de 5e eeuw levend in het toenmalige christelijke N-Afrika, in het huidige grensgebied van Algerije en Tunesië, gaf er een betekenis aan die we nog steeds gebruiken. Epifanie betekent dat de verschijning God als de mens Jezus op aarde, betekenis heeft voor alle mensen en alle volken! De herders in de stal vertegenwoordigden het volk Israël, maar de magiërs (wijzen) die kwamen, zijn de eersten van alle volken, die ons voorgingen in de herkenning en aanbidding van Jezus. Zo werd Epifanie voor het Westen het feest dat als een uitroepteken na Kerst kwam: het onderstreepte het wereldwijde belang van het ogenschijnlijk kleine gebeuren in Bethlehem. Niet alleen Israël zag door het lichtend hemels engelenkoor dat aan de herders verscheen het licht der wereld, maar door het licht van de ster die de magiërs naar Bethlehem bracht, gaat ons allemaal een licht op! De accenten tussen de Oosterse en de Westerse kerk bleven verschillend. Waar wij vooral de nadruk zijn gaan leggen op het menselijke gebeuren en het nederige begin van Jezus, legt de Oosterse kerk de nadruk op de Verschijning van Jezus en het openbaar worden van zijn Goddelijkheid bij de doop van Johannes de Doper. Dat feest stelt voor hen Kerst compleet in de schaduw.

De Westerse kerk is uiteindelijk gaan spreken over een Epifanientijd. Bij die tijd horen in ieder geval nog 2 zondagen na Driekoningen. De 1e waarbij de Doop van de Heer (Jezus) gevierd wordt en de 2e waarbij de bruiloft te Kana aan de orde gesteld wordt als het openbaar worden (verschijnen) van Jezus heerlijkheid op aarde. Daarna kan de periode nog doorgaan tot we bij een logisch slot van de Epifanie en daarmee van de Kerstcyclus komen: 2 februari, de veertigste dag na Kerst. De Oosterse kerken vieren dan nog ‘De presentatie van Christus in de tempel’, een belangrijk feest omdat de goddelijke Jezus voor het eerst verscheen op de heiligste plaats Jeruzalem! Epifanie, de tijd waarin Jezus zijn aardse optreden begint en zijn goddelijke kant duidelijk wordt. Soms wordt die periode in protestantse kring epifanisch afgesloten: met de verheerlijking op de berg! 

Ds. Janos Schellevis 
( Uit kerkklanken 16 jaargang nr.1)